Geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel

De eerste aanzet hiertoe werd gegeven tijdens het eerste oecumenische Concilie van Nicea in 325 door de kerkleiders (later betiteld als patriarchen) van de 3 grote christelijke centra: Rome, Alexandrië en Antiochië, alsmede van de zetel van Jeruzalem. Dit Concilie rekende af met het arianisme en verklaarde dit tot ketterij. Arius, de naamgever van deze christelijke stroming en priester in Alexandrië, verkondigde dat Christus geen goddelijke natuur had maar een door God geschapen - weliswaar superieur - mens was en daarom als "Zoon van God" ondergeschikt was aan God de Vader. In antwoord op deze opvatting bepaalde het Concilie van Nicea dat Christus geen halfgod maar God was en in essentie één met de God de Vader.

De triniteitsleer werd in Nicea nog niet uitgewerkt, want over de Heilige Geest, de derde Goddelijke persoon, werd nog niet gesproken. Dit gebeurde pas tijdens het oecumenisch concilie van Constantinopel in 381. Dit stelde de geloofsbelijdenis van Nicea als onveranderlijk vast met als belangrijkste toevoeging dat de Heilige Geest als derde goddelijke persoon evenveel God was als God de Vader en Christus de Zoon van God. Deze geloofsbelijdenis moet niet verward worden met de Apostolische geloofsbelijdenis. 

Bron: Wikipedia

Tekst in Nederlandse vertaling

Ik geloof in één God, de almachtige Vader, Schepper van de hemel en de aarde, van alle zichtbare en onzichtbare dingen.
En in één Heere Jezus Christus, de eniggeboren Zoon van God, geboren uit de Vader voor alle eeuwen, God uit God, Licht uit Licht, waarachtig God uit waarachtig God; geboren, niet gemaakt, van hetzelfde Wezen met de Vader; door Wie alle dingen gemaakt zijn.
Die, om ons mensen en om onze zaligheid, is neergekomen uit de hemel en vlees geworden door de Heilige Geest uit de maagd Maria en een mens geworden is; ook voor ons gekruisigd is onder Pontius Pilatus, geleden heeft, en begraven is, en op de derde dag opgestaan is overeenkomstig de Schriften, opgevaren naar de hemel, zit aan de rechterhand van de Vader en zal weerkomen met heerlijkheid om te oordelen de levenden en de doden; wiens rijk geen einde zal hebben.
En in de Heilige Geest, die Heere is en levend maakt, die van de Vader en de Zoon uitgaat, die samen met de Vader en de Zoon aanbeden en verheerlijkt wordt, die gesproken heeft door de profeten.
En een heilige, algemene en apostolische kerk.
Ik belijd een doop tot vergeving van de zonden.
Ik verwacht de opstanding van de doden en het leven van de komende eeuw.
Amen.

Accounts worden uitsluitend verstrekt aan gemeenteleden.